Verhalen uit De Lariks

Nieuwste verhalen

Deze kant van de Marconistraat

D

Eykmanstraat – bij mw. Van der Horst

Mevrouw van der Horst (74) werd geboren in Kloosterveen, ‘aan de “stille” kant.’ Op haar twaalfde verhuisde ze naar de Resedastraat. De eerste twee jaar van haar huwelijk (op haar 22e trouwde ze) woonde ze nog schuin tegenover haar ouders. Van daar verhuisde ze naar het Thorbeckepleintje en toen na 7 jaar met haar man en twee kinderen naar de Eykmanstraat. Dat is nu 42 jaar geleden, een periode waarin ze ook gescheiden is.

Ambtenaren en arbeiders
‘Toen ik hier kwam was het echt een ambtenarenbuurt. Veel mensen werkten bij de gemeente of de politie. Die vormden een groep op zich. Een beetje hoogmoed hadden ze wel, in die zin dat ze wat neerkeken op andere mensen. In de jaren ’60 allemaal een caravan en naar de camping en zo. Voor de rest waren het hier gewone arbeiders.’

Haar achterbuurman, de heer Klok (52) uit de Heymansstraat, is op bezoek en valt haar bij. Hij groeide op in de Eykmanstraat. ‘Er was in die tijd veel afgunst over en weer. Mensen zeiden wel goeiedag en goeie weg. En ze maakten wel een praatje. Maar er waren ook veel praatjes. Binnen de wijk was er verschil tussen de mensen aan deze kant van de Marconistraat, en die in de koopwoningen aan de andere kant. Het waren bijna allemaal gelovigen daar. Ze keken op je neer. Als jongelui paste je niet bij elkaar en ging je niet met elkaar om.’

Toch was het wel een mooie buurt om op te groeien. Vol kinderen. Ze speelden stoeprandje en voetbalden op straat. Soms werden hele straten afgezet voor een wielrenwedstrijd Als puber sleutelde je aan brommers. Er was soms wel ruzie met de jongens uit het Blauwe Dorp, die niets moesten hebben van de jongens aan deze kant van het spoor.

Schatten van Assen

Buren
De moeder van Klok was, tot ze naar Rolde moest verhuizen, de oudste inwoner van de straat. Nu is mevrouw Van der Horst dat. Ze hadden als overbuurvrouwen altijd veel contact met elkaar. Bezochten elkaars verjaardagen, dronken regelmatig ’s avonds koffie bij elkaar. Verder is het contact met de buurt altijd minder geweest.

‘In de Resedastraat zat of stond men bij mooi weer ’s avonds in de deuropening. Je ging een straatje om en dan kende je ook iedereen in de andere straat. Hier is dat anders. Maar we zijn er als buurtjes wel voor elkaar! Je let op elkaar.’

Mensen zijn tegenwoordig meer op zichzelf door de televisie en de computer. Als er buren vertrekken, valt ook het contact weg. Maar daar komen nieuwe buren voor terug. Met haar naaste buurvrouw wordt regelmatig geappt. En het wekelijkse potje Rummikub wordt binnenkort weer opgepakt.

Die buurvrouw is mevrouw Brugge, ook aangeschoven bij het gesprek. Zij is geboren in Groningen, en op haar 16e in Assen terechtgekomen. Na haar scheiding, een jaar of zes geleden, woonde ze nog even in Stad, maar kon toen aan de Eykmanstraat in Assen terecht. ‘Ik heb geen behoefte meer om te verhuizen nu. Dit is een fijne buurt! Ik hoef niet meer weg uit Assen.’

‘Je helpt elkaar wel, als oude garde.’

Dhr. Klok

Meer heb je niet nodig
Is er nog verschil tussen de Eykmanstraat en de Heymansstraat? De heer Klok, die na een korte tijd in de flat aan de Thorbeckelaan gewoond te hebben weer naar De Lariks terugkwam, vindt van wel. Het aantal mensen dat werkt is een stuk minder bij hem in de straat. ‘Ik moet op internet kijken of de container aan de straat moet, want ik zie het niet als ik ‘s ochtends naar buiten kijk. Als je jonge mensen hebt die vroeg naar hun werk gaan, zetten die de container meestal de avond van tevoren al bij de weg!’ Er wonen ook wat meer alleenstaanden in de Heymansstraat. Maar je helpt elkaar wel, als oude garde.

Er zijn weinig kinderen in de buurt. Bij het lampionnetje lopen kwam er maar 1 stel kinderen aan de deur! Toch zou er wel een plek voor de jeugd in de wijk moeten zijn. Vroeger had je dat. Ze beginnen nu veel te vroeg te rotzooien. Jammer ook dat er geen wijkgebouw meer is. ‘In de jaren ’60 werd er al een speelplaats in de wijk aangevraagd. Daar is het nooit van gekomen!’

Wat dit gedeelte van De Lariks zo’n fijne plek maakt? De drie buren sommen op: je hebt een tuintje bij het huis, het is een rustig buurtje in de rustigste wijk van Assen, je zit dichtbij de winkels en het station en het centrum, er is contact met de buurtjes en je bent er voor elkaar. Mevrouw van der Horst concludeert: ‘Meer heb je niet nodig!’

Nu meer interviews lezen? Scroll naar beneden of Klik hier.

Ben je of ken je iemand in De Lariks? Deel je verhaal!

Kamerlingh Onneslaan

K

Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1913

Heike noemden zijn ouders hem. Iedereen in de familie, dus ook hij, kreeg als tweede voornaam Kamerlingh. Daarom werd die op een gegeven moment als onderdeel van de achternaam gezien. Hij werd in 1853 geboren in Groningen, als zoon van welgestelde ouders. Na de lagere school doorliep hij de H.B.S., en deed staatsexamen Grieks en Latijn om op de universiteit toegelaten te kunnen worden.

Gouden medaille
Kamerlingh Onnes begon met wis- en natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, en haalde zijn propedeuse scheikunde. Hij won in zijn eerste jaar al een gouden medaille voor zijn antwoord op een wetenschappelijke prijsvraag van de Universiteit Utrecht. Na dit eerste jaar studeerde hij twee jaar in Heidelberg, maar keerde in 1873 weer terug naar Groningen. Daar was hij nog voorzitter van studentenvereniging Vindicat Atque Polit.

Hoogleraar in Leiden
In 1879 promoveerde Kamerlingh Onnes in Groningen op een proefschrift over de aswenteling van de aarde. Hij hield van de combinatie tussen theorie en praktijk. In 1882 werd hij Hoogleraar experimentele natuurkunde aan de Universiteit Leiden. Ze namen hem aan op voorspraak van Hendrik Lorentz. De baan ging op die manier aan Willem Röntgen voorbij. Bijzonder is, dat Albert Einstein na zijn afstuderen ooit nog bij Onnes solliciteerde. Onnes beantwoordde de briefkaart niet eens.

Een vrouw en twee zoons
Kamerlingh Onnes trouwde in 1887 met Maria Bijleveld. Ze kregen twee zoons. Zoon Menso werd een bekende schilder

Vloeibaar helium
In Leiden deed Kamerlingh Onnes baanbrekend onderzoek naar de eigenschappen van materie bij lage temperaturen. Hij slaagde erin heliumgas zo af te koelen dat het vloeibaar werd. Daarvoor kreeg hij in 1913 de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Hij werkte bij dat onderzoek ook samen met Van der Waals.

Kamerlingh Onnes (l.) en
Van der Waals (r.)

Supergeleidend
Kamerlingh Onnes ontdekte in 1911 dat bepaalde materialen als ze worden afgekoeld supergeleidend worden. Dat betekent dat stroom er zonder weerstand doorheen kan. Hij werkte tot zijn 70e, in 1924. De emeritus-hoogleraar overleed in 1926 in Leiden.

Meer over de straatnamen in De Lariks lezen? Scroll naar beneden of klik hier!

Bron: Wikipedia

Verhalen uit De Lariks

Nieuwste verhalen

Onderwerpen

Over het project

Samen met Mijn Buurt Assen en ICO centrum voor kunst en cultuur zoekt verhalenkunstenaar Kaj van der Plas naar de mooie verhalen uit De Lariks in Assen. Hij trekt van december tot maart door de buurt en gaat in gesprek met bewoners. Wat is het geheim van hun wijk? En wat verbindt ze met elkaar?

Vraag of tip?

Stuur Kaj een e-mail.