Verhalen uit De Lariks

Huppelen achter de kinderwagen

H

De Wijde Blik – Mw. Grevelink

‘Hier in de Wijde Blik is het heel gezellig hoor! Er zijn veel verschillende mensen en we ontmoeten elkaar in de huiskamer. Daar zit ik graag, want je moet je niet opsluiten in je kamertje. Ik zit vaak lekker in een hoekje te lezen. Thrillers, want romannetjes vind ik niets. Ik heb zelfs een dubbel abonnement op de leeszaal. Ik kan gelukkig ook goed alleen zijn hoor. Maar mijn twee zoons komen heel trouw op bezoek.’

Tulpenstraat
‘In 1930 ben ik geboren aan de Tulpenstraat. Mijn vader was stratenmaker. Het was hard werken, maar hij kon ook goed ontspannen. Ik zie hem nog zitten ’s avonds na het eten. Lekker onderuit bij de kachel. Mijn ouders hadden niet veel geld in die tijd, maar daar merkte je niets van want iedereen om je heen zat in dezelfde situatie. Geen geld, maar wel genoeg. In de tijd voor Sinterklaas stopte mijn vader altijd 6 weken met roken. Dat geld gebruikten mijn ouders dan voor de cadeautjes.’

Spaanse Griep
‘Mijn opa en oma woonden vlakbij aan de Anreperstraat. Na schooltijd ging ik altijd naar ze toe. In de herfst plukte ik appeltjes in de achtertuin. Zulke lieve mensen! Heel anders dan mijn opa van moederskant. Dat was een chagrijn. Maar ja, zijn vrouw was in de jaren ’20 aan de Spaanse Griep doodgegaan, en hij bleef toen alleen achter met 7 jonge kinderen.’

We liepen dwars door de tankgrachten naar Ekehaar

Vriendengroep
‘Ik ken mijn man al van kinds af aan. We woonden bij elkaar in de buurt. En we maakten deel uit van dezelfde vriendengroep. Daar ondernamen we van alles mee. We hadden niets maar heel veel plezier. In de oorlogsjaren liepen we soms helemaal naar het hunebed in Rolde. Ik herinner me ook wel dat we voor melk naar Ekehaar liepen, dwars door de tankgrachten.’

Treinen beschoten
‘Die oorlogsjaren waren voor mijn ouders vast wel moeilijk, maar als kinderen merkten we daar niet zoveel van. We hebben geen honger gehad: er was bij de boeren altijd wel eten te krijgen. Omdat we in de buurt van het station woonden was het wel gevaarlijk als er weer treinen beschoten werden. Mijn vader greep ons zusje dan uit de wieg en riep ons uit bed. Dat arme kind brulde alles bij elkaar. Mijn broertje was bang. Ik niet, ik bleef liever liggen.’

Bij de familie Kok
‘Op mijn 15e begon ik met werken. Als dienstmeisje, in de ochtend, bij de familie Kok. Zij waren een beroemd cabaretgezelschap. Er was ook veel gekkigheid in huis. Liet ik een keer wat vallen, zei meneer Kok: “Huil maar niet, aangebrande koolrapen zijn veel erger.” Helaas werd mijn moeder ziek en moest ik thuis aan de slag.’

Venestraat
‘Na de oorlog werd mijn vader aannemer. Mijn ouders kregen het toen een stuk beter. We verhuisden naar de Venestraat. Op mijn 18e kreeg ik verkering met mijn man. Op mijn 20e verloofden we ons, en toen ik 23 was zijn we getrouwd.

Heerlijk je eigen spulletjes om je heen

‘Er was op dat moment geen woning voor ons beschikbaar. We trokken toen bij mijn ouders in. Net als mijn broertje en zijn vrouw trouwens. Dus woonden we gewoon met 3 gezinnen in dat huis. Het was heel gezellig hoor, we konden het goed met elkaar vinden. Mijn ouders waren erg fijne mensen. Mijn vader wat rustiger en mijn moeder wat drukker. Ik lijk op haar!’

Je eigen spulletjes
‘Het heeft even geduurd voor we ons eerste kind kregen. Maar toen kregen we onze oudste zoon. En er kwam een flatje vrij aan de Thorbeckelaan. Een van mijn buurvrouwen daar zei tegen mijn vader: ‘Ze huppelt achter de kinderwagen!’ Ik was ook enorm blij met ons eigen plekje. Heerlijk je eigen spulletjes om je heen. Dat neemt niet weg dat ik nog vaak even bij mijn ouders binnenliep. Soms wel drie keer op een dag.’

Echtenstraat
‘We verhuisden, inmiddels met twee zoons, naar een huis aan de Echtenstraat. Daar hebben we 46 jaar gewoond. Moeder gaf me als tip mee: “Je moet goed met je buren zijn, maar elkaar niet overlopen. Want dan wordt er gekletst en dan komt het niet goed.” Dat heb ik ter harte genomen. We dronken af en toe gezellig koffie, maar liepen de deur niet bij elkaar plat. Bij andere buren die dat wel deden, heb ik gezien hoe dat kon ontaarden in hevige ruzie. Een praatje op straat kon er bij mij altijd wel af. Dan zei mijn man: “Heb je weer staan te teuten”. Maar zelf kon hij er ook wat van!’

Bij ons kon altijd alles
‘Voor de jongens was de Echtenstraat vol leven. Je had in die tijd nog allemaal grote gezinnen. Tegenover ons woonde bijvoorbeeld de familie Smallebroek, die hadden al 5 kinderen. En daarnaast hadden ze er 3, en daarnaast weer 2. We hebben wel eens 17 jongens in de tuin gehad. De buren klaagden niet hoor. En wij zelf waren er erg gemakkelijk in: anders gaan de jongelui wel ergens anders heen. We vonden het juist zo gezellig. Mijn zoons zeggen ook nog wel eens: bij ons kon altijd alles.’

“Je ziet dat hij net een ondeugend grapje maakt”

Missen
‘Ruim een jaar geleden is mijn man overleden. Ik mis hem in alles. Soms legt mijn zusje de foto waar we samen op staan in de la, als ik er verdrietig mee in mijn handen sta. Zelf zet ik hem dan toch weer terug. Kijk, je ziet dat hij net een ondeugend grapje maakte, de lieverd. Ik dacht dat het missen wel minder zou worden, maar het wordt alleen maar erger. Hij overleed aan longkanker, net als mijn vader en mijn broer. Soms dacht ik: “kon ik maar naar je toe komen”.’

Nu meer interviews lezen? Scroll naar beneden of Klik hier.

Ben je of ken je iemand in De Lariks? Deel je verhaal!

Over de auteur

Kaj van der Plas

Samen met Mijn Buurt Assen en ICO centrum voor kunst en cultuur zoekt verhalenkunstenaar Kaj van der Plas naar de mooie verhalen uit De Lariks in Assen. Hij trekt van december tot maart door de buurt en gaat in gesprek met bewoners. Wat is het geheim van hun wijk? En wat verbindt ze met elkaar?

Reageer

Door: Kaj van der Plas
Verhalen uit De Lariks

Nieuwste verhalen

Onderwerpen

Over het project

Samen met Mijn Buurt Assen en ICO centrum voor kunst en cultuur zoekt verhalenkunstenaar Kaj van der Plas naar de mooie verhalen uit De Lariks in Assen. Hij trekt van december tot maart door de buurt en gaat in gesprek met bewoners. Wat is het geheim van hun wijk? En wat verbindt ze met elkaar?

Vraag of tip?

Stuur Kaj een e-mail.